Aanspreken op gedrag in 4 zinnen: Het SGIA-model

Aanspreken op gedragSoms moet het gebeuren: iemand aanspreken op gedrag. Soms lopen dingen niet zoals ze zijn afgesproken. Als het belangrijk voor je is – of voor je werk – dan is het nodig om iemand daarop aan te spreken en te begrenzen in ongewenst of ontbrekend gedrag. Op tijd. En zo effectief mogelijk. De SGIA-cirkel is daarbij een krachtig hulpmiddel.

Zie het model als een gespreksstarter. Als leidinggevende heb je niet alleen te begrenzen, maar ook te verbinden. Naast het begrenzen is het minstens zo belangrijk om te begrijpen wat er speelt en wat er nodig is om dit samen op te lossen.

Aanspreken op gedrag in 4 stappen: Situatie, Gedrag, Impact en verwachte Actie

Vier stappen. Vier zinnen. Niets meer. Niets minder.

Voorbeeld:
“Lars, ik wil het even met je hebben over onze wekelijkse afspraak.”

“Ik zit steeds op de afgesproken tijd klaar…” (situatie)
“…en jij komt vaak tien minuten later binnen.” (waarneembaar gedrag)
“In die tijd had ik nuttig werk kunnen doen.” (impact)
“Ik wil graag dat we de vergadering óf op tijd beginnen óf dat je me ruim van tevoren laat weten als het later wordt.” (gewenste actie)

In het begin kan werken met dit model onnatuurlijk voelen. De neiging is groot om er van alles bij te zeggen, uit te leggen of te verzachten. Onthoud dan: de afspraak die jullie maakten, was er niet voor niets. Die diende een doel. Je zoekt geen ruzie; je spreekt iemand aan op iets waar jullie beiden beter van worden.

Do’s en Don’ts in je gesprek

Met wat regelmatige oefening – in werk én privé – kost het je hooguit vijf minuten om vier zinnen op papier te zetten en kort te oefenen. Let daarbij op het volgende:

1. Beperk je tot één situatie per keer.
Haal geen oude koeien uit de sloot.

2. Benoem alleen waarneembaar gedrag, geen interpretaties.
Dus: “Je komt later” in plaats van “Je vindt me niet belangrijk.”

3. Leg bij de impact de link met wat voor de ander waardevol is.
Laat zien hoe het gedrag effect heeft op iets wat híj of zíj belangrijk vindt. Je boodschap moet aankomen. Dat lukt beter wanneer je iemand met respect aanspreekt op zijn of haar waarden, niet op de jouwe. Inzicht in communicatiestijlen helpt om te begrijpen wat voor de ander van belang is.

Als Lars graag wil dat tijd nuttig wordt besteed, zal de zin “In die tijd had ik nuttig werk kunnen doen” hem aanspreken. De kans dat hij je verzoek serieus neemt, wordt groter. Weet je dat hij vooral een goede samenwerking belangrijk vindt? Dan kun je zeggen: “Daar wordt onze samenwerking niet soepeler van.”

4. Geef expliciet aan welke actie je verwacht.
Nu of een volgende keer. “Ik verwacht dat je … (wel/niet).”

5. Kies het juiste moment.
Niet midden in je emotie of frustratie.

6. Spreek iemand onder vier ogen.

7. Houd het kort en krachtig.


8. Zie het model als een gespreksstarter.
Het echte gesprek begint na het duidelijk aanspreken op gedrag: begrijpen wat er speelt en samen zoeken naar een oplossing.

Wil je je hier verder in bekwamen? We oefenen in o.a. het programma Leidinggeven in stijl met dit model, en ook in individuele coaching komt het vaak aan bod. Plan een kennismakinggesprek om samen te verkennen en te sparren wat bij je past.



Verder praten of lezen? Plan een belafspraak of schrijf je in: